Bestemming

Moynaq

Moynaq is het beeld waarmee de Aralmeerramp de wereld overging: een dozijn roestende vissersschepen, half in het zand gezakt, op een vlakte waar tot in de jaren zeventig water stond. Het stadje ligt ruim 200 kilometer ten noorden van Noekoes en is het meest concrete monument voor een milieuramp die zich in mensenlevens laat aflezen.

Wat hier gebeurd is

Moynaq lag ooit aan een schiereiland in het zuiden van het Aralmeer en leefde van de visserij. De conservenfabriek van het stadje verwerkte in haar beste jaren tienduizenden tonnen vis per jaar en gaf werk aan duizenden mensen; de vloot telde honderden boten. Vanaf de jaren zestig legde de Sovjet-Unie op grote schaal irrigatiekanalen aan om katoen te telen in de woestijnen van Oezbekistan en Turkmenistan. Het water van de Amu Darja en de Syr Darja werd afgetapt voordat het het meer bereikte.

Het gevolg was onafwendbaar. Het meer begon te krimpen, eerst langzaam, daarna in tientallen kilometers per decennium. In de jaren tachtig bereikte de laatste vis Moynaq niet meer; de fabriek draaide nog even door op vis die per trein van elders werd aangevoerd en sloot daarna. Vandaag ligt de dichtstbijzijnde oever van het overgebleven westelijke deel 150 tot 200 kilometer verderop.

Wat achterbleef is een zoutvlakte, de Aralkum. De wind blaast er stof op dat zout, pesticiden en meststoffenresten bevat en over de hele regio neerslaat. De gevolgen voor de gezondheid zijn goed gedocumenteerd: hoge percentages luchtwegaandoeningen, nierproblemen, bloedarmoede en kanker in Karakalpakstan. De bevolking van Moynaq liep terug van tienduizenden naar een paar duizend inwoners.

Het scheepskerkhof

Aan de rand van het stadje, op de voormalige klif die de oever markeerde, staat een monument voor de verdwenen zee. Beneden, op wat vroeger water was, ligt het scheepskerkhof: ongeveer een dozijn kotters en sleepboten die daar bij elkaar zijn gebracht, casco's zonder motor of dek, doorschijnend van de roest. Je kunt ertussen lopen en erin klimmen. Het uitzicht vanaf de klif is dat van een kale vlakte met struikgewas tot aan de horizon — dat is misschien wel indringender dan de schepen zelf.

Bij de klif staat het museum van Moynaq, klein maar goed: foto's van de haven in bedrijf, opnames van de fabriek, kaarten die de terugtrekkende oeverlijn per decennium tonen, en schilderijen van lokale kunstenaars. Reken op een half uur.

Stihia-festival

Sinds enkele jaren wordt op de drooggevallen zeebodem het Stihia-festival gehouden, een elektronisch muziekfestival dat aandacht vraagt voor de ecologische situatie, met een programma van lezingen en projecten naast de muziek. Het vindt doorgaans in het late voorjaar plaats en trekt een paar duizend bezoekers uit binnen- en buitenland. In die dagen is elk bed in de wijde omtrek bezet, dus plan vooruit als het samenvalt met je reis.

Praktisch

Wil je verder dan de schepen, lees dan hoe een expeditie naar het Aralmeer werkt. Moynaq combineer je vrijwel altijd met het Savitsky-museum in Noekoes en de ommuurde stad Chiva.