Cultuur
Soefisme en Bahauddin Naqshband
Twaalf kilometer buiten Boechara ligt het drukstbezochte religieuze complex van Oezbekistan, en er komt nauwelijks een reisgroep. Het is het graf van Bahauddin Naqshband, naamgever van een soefi-orde die zich tot in India en Turkije verspreidde. Wie begrijpt wat daar gebeurt, ziet een laag geloof die in de monumenten onzichtbaar blijft.
Wat soefisme is
Soefisme is de mystieke stroming binnen de islam: de nadruk ligt niet op de wet maar op de innerlijke ervaring van God, bereikt via herhaald gedenken van Zijn namen (dhikr), zelfdiscipline en de begeleiding door een leermeester. Soefi's organiseren zich in ordes (tariqa), ketens van meesters en leerlingen. In Centraal-Azië waren die ordes ook sociaal vangnet, ambachtsnetwerk en soms politieke macht.
De Centraal-Aziatische ordes
- Yasawiyya — teruggaand op Ahmad Yasawi (overleden 1166), die de islam in Turkse dichtvorm verspreidde onder de nomaden. Zijn mausoleum in het huidige Kazachstan werd door Timoer gebouwd.
- Kubrawiyya — gesticht door Najm al-Din Kubra uit Chorezm, die volgens de overlevering in 1221 sneuvelde bij de Mongoolse verovering van Gurganj.
- Naqshbandiyya — de invloedrijkste, ontstaan rond Boechara in de veertiende eeuw en tot vandaag actief van Turkije tot Indonesië.
Bahauddin Naqshband (1318–1389)
Bahauddin werd geboren in het dorp Kasri Orifon bij Boechara en bracht daar het grootste deel van zijn leven door. Zijn bijnaam Naqshband betekent patroonmaker of borduurder en verwijst waarschijnlijk naar het ambacht van zijn familie. Zijn belangrijkste keuze was die voor de stille dhikr: waar andere ordes hardop en soms met muziek en beweging reciteren, gedenkt de Naqshbandi in het hart, zonder geluid. Dat maakte de orde onopvallend en makkelijk verenigbaar met een gewoon leven.
Dat past bij het motto dat aan hem wordt toegeschreven: dil ba yar u dast ba kar — het hart bij de Vriend, de handen aan het werk. Geen wereldverzaking, geen bedelmonniken, maar vroomheid binnen een werkzaam bestaan. Die arbeidsethiek verklaart mede waarom de orde populair werd onder ambachtslieden en handelaren. De methodische kant komt uit acht principes die aan de eerdere meester Abd al-Khaliq Gijduvani worden toegeschreven en waaraan Bahauddin er nog drie toevoegde. Het bekendste is khalwat dar anjuman: eenzaamheid in de menigte, oftewel innerlijk bij God zijn terwijl je midden in de bazaar staat.
Het complex bij Boechara
Rond het graf groeide vanaf de zestiende eeuw een groot complex: een ommuurde binnenhof met de cenotaaf, een necropolis met graven van emirs van Boechara, twee moskeeën, een minaret en een khanaka. Pelgrims lopen driemaal om het graf, bidden en scheppen water uit de bron op het terrein. In een hoek ligt de omgevallen stam van een moerbeiboom, volgens de overlevering opgeschoten uit de staf van de heilige; bezoekers kruipen eronderdoor. Strenge geleerden zien zulke gebruiken als volksgeloof, maar ze bestaan al eeuwen. Aan de andere kant van de stad ligt Chor Bakr, een necropolis die zo uitgestrekt is dat hij de stad der doden heet — dezelfde traditie, bijna zonder bezoekers.
Onderdrukking en heropleving
In de Sovjetperiode werd het complex gesloten en deels als opslag gebruikt; pelgrimage naar mazars gold als bijgeloof en werd bestreden. Toch bleef het bezoek half illegaal doorgaan. Na 1991 werd het terrein gerestaureerd en als nationaal erfgoed gepresenteerd, mede omdat de staat de Naqshbandi-traditie ziet als de gematigde, inheemse islam. Op vrijdagen en rond feestdagen staan er lange rijen; in de vroege ochtend is het rustig.
Als bezoeker tussen pelgrims
- Kleed je bedekt: lange broek of rok, schouders bedekt, voor vrouwen een sjaal in de binnenhof.
- Loop mee met de stroom, met de klok mee, en ga niet voor biddende mensen langs.
- Fotografeer gebouwen gerust, mensen alleen na een blik en een knikje. Fotografeer nooit iemand die zit te bidden.
- Er is geen entree, wel een donatiebus. Een kleine bijdrage is gepast; gidsen zijn niet verplicht.
- Doe wat de anderen doen of doe niets — meebidden hoeft niet en wordt niet verwacht.
Meer soefiplekken
Bij Samarkand ligt op ruim twintig kilometer het complex rond het graf van imam al-Bukhari, een van de grootste pelgrimsbestemmingen van het land. In de stad zelf is Shah-i-Zinda naast toeristische trekpleister ook echt bedevaartsoord: de necropolis groeide rond het graf van Kusam ibn Abbas, en veel Oezbeekse bezoekers komen er om te bidden, niet om te fotograferen. Hoe dit alles zich verhoudt tot de officiële islam, lees je bij islam in Oezbekistan.
Combineer het Bahauddin-complex met het zomerpaleis Sitorai Mokhi-Khosa: beide liggen aan de noordkant van Boechara en passen samen in een halve dag met dezelfde taxi. Andere achtergronden bij cultuur en geschiedenis.
Veelgestelde vragen
Waar ligt het heiligdom?
Ongeveer twaalf kilometer ten noordoosten van Boechara, in Kasri Orifon. Met de taxi een klein half uur.
Mag je er als niet-moslim naar binnen?
Ja, ook in de binnenhof met het graf. Kleed je bedekt en fotografeer pelgrims niet zonder toestemming.