Cultuur
Ikat, de vlammende zijde van de Fergana-vallei
De stof met de vlammende, uitlopende patronen die je overal in Oezbekistan ziet — op jassen, kussens, sjaals en tafelkleden — heet ikat, of in het Oezbeeks abr. Het is geen bedrukte stof en geen weefpatroon: het patroon wordt geverfd voordat er één draad wordt geweven. Dat verklaart de vage randen én de prijs.
Ikat, abr en abrbandi
Het woord ikat komt van het Maleise mengikat, binden; de term raakte in de negentiende eeuw in zwang via Indonesisch textiel. Lokaal heet de techniek abrbandi, van abr (wolk) en band (binden). Wolkenstof dus, en dat slaat precies op wat je ziet: patronen met een zachte rand alsof ze in water zijn getekend. Het centrum is de Fergana-vallei, met Margilan als zijdehoofdstad.
Het proces, stap voor stap
- De cocons van de zijderups worden gekookt en afgehaspeld tot ruwe zijdedraad; het kookvocht maakt de gomlaag los.
- De kettingdraden worden op volle lengte opgespannen op een raam, in de volgorde waarin ze straks in het weefgetouw komen.
- De ontwerper tekent het patroon over de gespannen draden. Vervolgens worden de draden in bundels op de juiste plekken strak afgebonden met draad of folie, zodat daar geen verf bij kan.
- Verven gebeurt in opeenvolgende baden, van licht naar donker: eerst geel, dan rood, dan blauw of zwart. Tussen elk bad wordt opnieuw afgebonden of juist losgemaakt, zodat elke kleur alleen komt waar hij hoort.
- Pas als alle kleuren zitten, gaat de ketting het weefgetouw in en wordt er geweven, meestal met een effen inslag.
Het patroon zit dus in de ketting, niet in de weefstructuur. Omdat draden bij het spannen en weven altijd een fractie verschuiven, en omdat verf onder de afbinding een klein beetje doortrekt, krijgen de kleurvlakken hun typerende wazige rand. Die onscherpte is geen slordigheid maar het bewijs van de techniek: een strakke rand betekent print.
De stofsoorten
- Atlas — volledig zijde, ketting en inslag, glanzend en soepel. De duurste en lichtste variant.
- Khan-atlas — letterlijk koninklijke atlas, de bekendste naam; felle kleuren, veel gebruikt voor jurken.
- Adras — zijden ketting met katoenen inslag. Iets matter en steviger, en aanzienlijk goedkoper dan atlas. Voor kleding vaak de praktischere keuze.
- Bekasab — gestreept en zwaarder, half zijde, traditioneel voor mannenchapans en kussens.
De motieven
De patronen zijn abstracte varianten van herkenbare vormen, en elke wever heeft zijn eigen repertoire. Veelvoorkomend zijn de kam (taroq), de ramshoorn als teken van kracht en welvaart, de amuletvorm tumor tegen het boze oog, de granaatappel voor vruchtbaarheid en de vaas of het theepotje. In de negentiende eeuw waren bepaalde kleurencombinaties voorbehouden aan de hofkringen; dat zie je nu alleen nog aan museumstukken.
Bijna verdwenen, toen hersteld
In de Sovjettijd raakte de handtechniek in de verdrukking. Fabrieken schakelden over op bedrukte stoffen die er van een afstand op leken en veel goedkoper waren; het aantal meesters liep hard terug. Vanaf 1972 werd in Margilan de zijdefabriek Yodgorlik opgezet, die de traditionele werkwijze bewust in stand hield en later een motor van de heropleving werd. Sinds de jaren negentig kwamen er particuliere werkplaatsen bij, deels gericht op export. Bij Yodgorlik zie je het hele proces achter elkaar: haspelen, afbinden, verven, weven.
Echt of print?
- De achterkant — bij echte ikat zit de kleur in de draad, dus is de achterkant even helder als de voorkant. Een print is aan de achterzijde flets.
- De randen — wazige, uitlopende overgangen wijzen op geverfde ketting; scherpe contouren op een drukwals.
- Herhaling — een print herhaalt zich exact. Handwerk kent kleine verschuivingen per rapport.
- Breedte — traditioneel geweven banen zijn smal, in de orde van 40 centimeter, omdat de getouwen dat zijn. Een baan van anderhalve meter breed is fabriekswerk.
- Materiaal — vraag door of het zijde, half zijde of viscose is, en voel het verschil: zijde is koel en veerkrachtig, viscose voelt slap.
Prijzen
Als ordegrootte, sterk afhankelijk van kwaliteit en aantal kleuren: bedrukte viscose kost enkele euro's per meter, handgeweven adras ruwweg € 10 tot € 25 per meter, en handgeweven atlas van goede kwaliteit € 25 tot € 60 per meter. Een chapan van echte ikat begint rond de € 70 en loopt flink op. Koop bij voorkeur in Margilan zelf, waar je de werkplaats erbij ziet en de prijzen lager liggen. Meer bij souvenirs.
Van Margilan naar de catwalk
Ikat is sinds de jaren 2000 een terugkerend motief in westerse mode en interieurontwerp; grote modehuizen gebruikten Oezbeekse patronen, soms zonder bronvermelding. Voor de wevers heeft die aandacht wel gewerkt: er is exportvraag, er zijn nieuwe ateliers en jonge ontwerpers combineren de stof met moderne snit. Lees ook over suzani, het andere grote textiel van het land.
Plan Margilan op een doordeweekse ochtend: in het weekend liggen de werkplaatsen vaak stil en zie je alleen de winkel. Meer ambachten bij cultuur en geschiedenis.
Veelgestelde vragen
Echt of geprint?
De achterkant van echte ikat is even helder als de voorkant, en de randen van het patroon lopen wazig uit.
Waar koop je het beste?
In Margilan, bij de werkplaatsen zelf. Elders koop je vooral confectie tegen hogere prijzen.