Bestemming
Kokand
Kokand is de eerste stad die je bereikt als je de Fergana-vallei binnenkomt, en de enige met een echt monumentaal centrum. Tussen 1709 en 1876 was dit de hoofdstad van het kanaat van Kokand, een staat die op zijn hoogtepunt een groot deel van de vallei, delen van het huidige Kirgizië en Tadzjikistan en de steppe tot aan de Syr Darja beheerste. Wat daarvan overbleef, past in een halve dag.
Paleis van Choedajar Khan
Het paleis dat de laatste khan, Choedajar, in 1873 liet voltooien is het pronkstuk van de stad — en meteen een les in vergankelijkheid. Oorspronkelijk telde het complex zeven binnenhoven en ruim honderd vertrekken. Na de Russische verovering werden grote delen gesloopt; wat je vandaag ziet zijn twee binnenhoven en een strook van ongeveer twintig kamers achter een enorme voorgevel.
Die gevel is het bekijken waard: een front van tientallen meters breed, van boven tot onder bekleed met geglazuurde tegels in geel, groen, wit en blauw, met een brede trap naar de hoge poort. Binnen zijn de plafonds beschilderd en de nissen gesneden. In de vertrekken zit tegenwoordig het regionale museum, met vitrines over de geschiedenis van het kanaat, wapens, munten, muziekinstrumenten en de vertrekken van de khan en zijn harem. De bordjes zijn grotendeels in het Oezbeeks en Russisch; een gids ter plaatse haalt er aanzienlijk meer uit.
Juma-moskee
Op tien minuten lopen staat de vrijdagmoskee uit het begin van de negentiende eeuw. Het gebouw zelf is bescheiden, maar de open zuilengalerij eromheen is uitzonderlijk: een dak op honderd slanke houten zuilen, elk met een gesneden kapiteel, dragend op stenen voeten tegen het optrekkend vocht. Het hout kwam volgens de overlevering uit India. Naast de moskee staat een losse minaret. De galerij is 's ochtends het mooiste, als het licht er in strepen doorheen valt.
Necropolis en mausolea
De Dakhma-i-Shakhon, de graftombe van de khans, ligt aan de rand van het oude centrum. Achter een gesneden houten poort ligt een ommuurd terras met de graven van Umar Khan en zijn familie; de opschriften in steen horen bij het betere kalligrafiewerk van de vallei. Umar Khan was ook de echtgenoot van Nodira, de dichteres die in Oezbekistan nog altijd op scholen gelezen wordt.
Even verderop staat het Modari Khan-mausoleum, gebouwd voor de moeder van Umar Khan, met een tegelportaal in dezelfde stijl. De twee complexen liggen op loopafstand van elkaar en kosten samen niet meer dan een half uur.
Het einde van het kanaat
De opkomst van Kokand hing samen met de handel: karavanen tussen Rusland, Kasjgar en Boechara passeerden hier, en de khans hieven tol. In de negentiende eeuw kwam het kanaat klem te zitten tussen het oprukkende tsarenrijk en het emiraat Boechara. Tasjkent viel in 1865, en na een opstand die Choedajar Khan niet meer kon bedwingen maakten de Russen in 1876 een einde aan het kanaat en voegden het gebied bij het gouvernement Turkestan. Choedajar zelf stierf in ballingschap. Wie de langere lijn wil zien, leest verder bij de geschiedenis van Oezbekistan.
Praktisch
- Reistijd — met de trein vanaf Tasjkent circa vier uur door de Kamchik-tunnel; Kokand is de eerste halte in de vallei. Het station ligt een paar kilometer van het paleis, met taxi's voor de deur.
- Duur — een halve dag volstaat. Veel reizigers komen 's ochtends aan, lopen de drie hoofdpunten af en rijden 's middags door naar Margilan of Fergana (ruim een uur).
- Openingsritme — het paleismuseum is doorgaans dagelijks open, met soms een sluitingsdag midden in de week. Toegang kost een paar tienduizend som; fotograferen binnen kost meestal iets extra.
- Eten — rond de bazaar vind je eenvoudige eethuizen met plov en samsa uit de tandoor, goedkoper dan alles wat je in Samarkand betaalt.
Kokand is het logische startpunt van een rondje door de Fergana-vallei, gevolgd door de zijdeweverijen van Margilan en het aardewerk van Risjtan. Boek de trein een paar dagen vooruit, zie vervoer in Oezbekistan.